Inpakpapier: minuten mooi, jaren schadelijk
Een cadeau inpakken duurt vijf minuten. Het papier eromheen deed er maanden over om hier te komen, en gaat daarna direct de verbrandingsoven in.
Dit is geen beeldspraak, maar de werkelijke weg die een rol cadeaupapier aflegt. Hieronder vind je wat we erover konden vinden, en waarom we ervan overtuigd zijn dat het anders kan.

De schokkende cijfers van wegwerppapier
In de Verenigde Staten wordt jaarlijks naar schatting 1,18 miljard kilo inpakpapier weggegooid. Britse huishoudens gooien er per jaar zo'n 365.000 kilometer aan weg: genoeg om de aarde ruim negen keer te omwikkelen.
Voor Nederland bestaat geen cijfer voor inpakpapier alleen. Wat we wel weten: in 2023 werd hier 2.327 kiloton papier en karton op de markt gebracht, ongeveer 130 kilo per persoon. Dat gaat over alle papiersoorten samen, niet alleen cadeaupapier, maar het zegt genoeg over de schaal.
Een preciezer beeld komt uit Denemarken, qua omvang goed vergelijkbaar met Nederland. Afvalverwerker AffaldPlus schat dat Denen in 2023 samen 693 ton cadeaupapier gebruikten. Doorgerekend op basis van eerder onderzoek komt dat neer op zo'n 18.500 bomen, 65.000 ton water en 7.850 MWh energie. Voor papier dat gemiddeld een paar minuten meegaat.
Vijf minuten gebruik, twintigduizend kilometer reis
Het papier dat je in de winkel koopt, komt waarschijnlijk niet uit Nederland. China produceert circa 37 procent van al het inpak- en verpakkingspapier ter wereld. Een zeecontainer vanaf Shanghai naar Rotterdam legt ongeveer 20.000 kilometer af en doet daar dertig tot achtendertig dagen over.
Voor de glans en de felle kleuren wordt bijna altijd nieuwe houtpulp gebruikt in plaats van gerecyclede vezels.
Dertig dagen op zee. Vijf minuten in je handen.

Waarom recycling hier niet werkt
Veel mensen gooien cadeaupapier bij het oud papier, in de veronderstelling dat het wordt hergebruikt. In de praktijk gebeurt dat meestal niet. Kunststof coatings, folielagen, glitter en plakbandresten maken het merendeel ongeschikt voor recycling. Het belandt bij het restafval en wordt verbrand.
Inpakpapier is ontworpen om weggegooid te worden.

Waarom het zo goedkoop is
Een rol cadeaupapier kost een paar euro. Dat komt niet doordat het weinig kost om te maken, maar doordat een deel van de rekening nergens wordt opgeteld: de houtkap, het waterverbruik, de CO2 van productie en transport, de verbranding achteraf.
Economen noemen dat externalisering: kosten die niet in de prijs zitten, maar wel ergens terechtkomen. Bij het milieu, bij mensen in productielanden, en bij de generatie na ons.
Onze inpakstof is duurder per stuk. Maar er zit geen verborgen rekening achter, en je gebruikt die jarenlang opnieuw.
Een keten die niemand kan volgen
Wie het papier maakte, onder welke omstandigheden, en waar het hout vandaan kwam: voor de meeste rollen in het schap is dat niet te achterhalen. Er staat geen herkomst op, geen producent, geen keten.
Van het hout dat wereldwijd voor industriële toepassingen wordt gekapt, is ongeveer 16,6 procent FSC-gecertificeerd. Voor de rest is er geen onafhankelijke garantie: niet over het bos, en niet over de mensen die er werkten.
Ook wij kennen niet de hele geschiedenis van elke stof. Maar we weten wél dat we die uit de afvalstroom hebben gehaald in plaats van er nieuwe grondstoffen voor te gebruiken. Dat verschil is waar het om gaat. Geen nieuwe grondstoffen, geen nieuwe productieketen, geen nieuwe vraag naar hout of katoen. Alleen een tweede leven voor iets dat er al was.
Wij kozen voor een ander uitgangspunt.